1. Iets vastprikken
De π wordt gebruikt om aan te geven dat iets fysiek is vastgepind, bijvoorbeeld op een prikbord, muur of kaart. Het is de letterlijke weergave van een punaise.
- Ik heb de route op de kaart gepind π.
- Hang de brief maar met een π op het bord.
- Waar is de punaise? Ik moet dit oproepje ophangen π.